De publicatie (19-06-2026) van de Tennet Studie en Advies betreffende de inpassing van 2 grote kerncentrales (2 x 1.6 GW) in het Nederlandse hoogspanningsnetwerk heeft aardig wat commotie veroorzaakt. Tennet acht alleen Eemshaven (Groningen) een geschikte lokatie, maar de Groningers zijn mordicus tegen. De andere 3 lokaties (Sloegebied, Terneuzen en de Maasvlakte) zouden vanwege het aanleggen (of uitbreiding) van nieuwe hoogspanningsbekabeling erg duur zijn (vele tientallen miljarden euros). Bijkomende voorwaarde kan ook zijn dat 3.2 GW aan nieuw opgewekte stroom voornamelijk lokaal gebruikt dient te worden door nieuwe te ontwikkelen industrie op de lokatie. De studie was precies een jaar eerder (12-06-2025) aangevangen door Tennet, maar kreeg in november 2025 een bredere scope.
Nu had iedereen met een klein beetje kennis van het NL hoogspanningsnetwerk dit al kunnen zien aankomen in december 2022 toen de wens van twee grote kerncentrales in het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV terecht kwam. En toen was er al een twee jaar durende verkenning over mogelijk kernenergie in Nederland uitgevoerd door de achtereenvolgende kabinetten Rutte.
In de Terneuzen Notitie (en niet in de Hoofd Analyse!) bleek Tennet op eigen initiatief een advies toegevoegd te hebben, betreffende de inzet van SMR's i.p.v. twee grote kerncentrales:
"...Vanuit systeemperspectief heeft het de voorkeur om productie en vraag zoveel mogelijk lokaal in balans te brengen. Dat is beter mogelijk met de inzet van kleinere opwekeenheden zoals SMR’s. TenneT heeft de impact van zes SMR’s (533 MW per eenheid, 3,2 GW in totaal) bekeken voor de volgende locaties: Bleiswijk, Dodewaard, Europoort, A9 Zuid, Maasbracht en Lelystad. De productievloot in het referentiescenario voor Zeeland is gelijk gehouden. De conclusie is dat spreiding van kernenergie via kleinere eenheden over Nederland zorgt voor een efficiëntere netinpassing en daarmee een beter gebruik van het bestaande netwerk. Er zijn vooralsnog geen projecten – en daarmee extra investeringskosten – noodzakelijk boven op de reeds geplande projecten in IP26...."
De nieuwsmedia in Nederland schreef hier pas een dag later over, nadat ze deze als 'advies vermomde conclusie' ontdekt hadden. Tennet stelt daarmee eigenlijk dat het plan om grote kerncentrales in te zetten onzinnig is en veel te duur. De timing is perfect: net voor het zomerreces van de 1e en 2e kamer, zodat iedereen er even rustig over kan nadenken. Het lijkt ondenkbaar dat het kabinet dit SMR advies van Tennet niet over gaat nemen en de route naar de grote kerncentrales (Franse EPR's) blijft aanhouden.
Als we kijken naar het elektrisch vermogen van 533 MWe van de door Tennet geadviseerde SMR's, dan is het type dat daar het dichtste bijkomt de Rolls Royce SMR van 470 MWe (Kerncentrale Borssele is 485 MWe). Je zou dan geen 6 maar 7 SMR's nodig hebben om aan 3.2 GWe te komen. De BWRX-300 van de Joint Venture GE Vernova Hitachi (GVH) - een SMR van 300 MWe - is theoretisch ook een optie, maar de GE in de merknaam staat voor General Electric; een Amerikaans bedrijf. De Amerikaanse overheid kan een bouwproject van een BWRX-300 in het buitenland ernstig bemoeilijken of belemmeren en tot een chantagemiddel maken a.g.v. de onder pres. Trump verslechterende Amerikaanse handelspolitiek. Het Amerikaanse Ministerie van Energie (DOE) reguleert de overdracht van nucleaire technologie naar het buitenland via de Atomic Energy Act (10 CFR Part 810). Zelfs als er geen fysieke hardware wordt geexporteerd, valt het overdragen van blauwdrukken, technische data of advies onder deze strikte regelgeving en is er goedkeuring vereist. De Amerikaanse overheid kan exportvergunningen intrekken of weigeren om geopolitieke redenen, bijvoorbeeld bij zorgen over nucleaire proliferatie of sancties tegen bepaalde landen. Cruciale en gepatenteerde onderdelen van de BWRX-300 worden in de VS of door Amerikaanse licentiehouders geproduceerd. Als de VS de export van deze componenten blokkeert, stagneert de bouw in het buitenland. Geen goed idee dus! Polen, het V.K., Estland, Finland en Zweden zijn serieus geïnteresseerd en hebben ontwerp-akkoorden of assessments lopen. Tsjechië, Slowakije, Bulgarije en Hongarije hebben intentieverklaringen getekend...De bouw van de eerste BWRX-300 is in 2025 gestart in Darlington (Canada) en zou in 2030 gereed moeten zijn. De bouw van de eerste Europese BWRX-300 zal in Wloclawek (Polen) plaats gaan vinden, startdatum nog onbekend.
Ja! Alleen is nog niet geheel duidelijk hoe dik die plus is/wordt. De specifieke passieve veiligheidsimplementaties van de Rolls Royce SMR omvatten de volgende systemen:
Passieve Noodkoeling (Passive Decay Heat Removal - PDHR): Ontworpen om de warmte die overblijft na het uitschakelen van de reactor (na verval hitte) op een passieve manier af te voeren. Dit systeem drijft de warmte af naar de atmosfeer via natuurlijke convectie.
Passief Noodkoelwater (Emergency Core Cooling System - ECCS): Bij een storing zorgt dit systeem ervoor dat er automatisch extra koelwater naar het reactorvat stroomt, puur aangedreven door zwaartekracht, om de splijtstofstaven onder water en op veilige temperatuur te houden.
3-Daagse Autonomie: De passieve systemen zijn zo ontworpen dat ze in staat zijn om de reactor tot wel drie dagen lang volledig zelfstandig in een veilige toestand te houden zonder enige vorm van externe stroom of menselijk ingrijpen.
Passief Opvangsysteem (Core Catcher): Mocht er zich een extreme gebeurtenis voordoen, dan beschikt de reactor over een passief opvangsysteem om gesmolten materiaal op te vangen en te isoleren binnen de containment structuur.
Boriumvrij Primair Koel-circuit: In tegenstelling tot traditionele PWR's is de Rolls-Royce SMR uitgerust met een primair circuit dat geen gebruik maakt van het giftige en corrosieve boorzuur. De reactiviteitscontrole wordt hierdoor louter mechanisch en passief geregeld (bijvoorbeeld door regelstaven en zwaartekracht), wat zorgt voor minder afval en minder risico op lekkages.
Robuuste Bescherming: De nucleaire installatie is modulair ontworpen en wordt deels ondergronds geplaatst in een zwaarbewapende 'Nuclear Island'-omgeving. De omliggende aarden wal biedt extra bescherming tegen extreme externe factoren, zoals zware weersomstandigheden of inslagen.
Hoewel het design van de RR SMR door verschillende nationale nucleaire autoriteiten in een iteratief proces aan de tand gevoeld wordt en het ontwerp op details nog niet definitief is en een licentie heeft, zijn er voor ons nog wat vragen:
Het koel-basin voor verbruikte splijtstof-assemblies bevindt zich niet in de containment waar de reactor zich in bevindt. Dat betekent dat bij droogvallen van het basin - door wat voor reden dan ook - er radioactieve gassen en vloeistoffen in het milieu kunnen komen.
Transport van splijtstof van en naar de reactor moet plaatsvinden via een sluis-kraan-constructie die dwars door de containment heen gaat. Dat lijkt een storingsgevoelige oplossing, waarbij storing voor langere tijd de containment hatch niet geheel gesloten kan worden.
De containment bevindt zich niet in een betonnen bolconstructie. De vraag is hoe groot de bescherming van de reactor is bij een bom die van boven komt.
De Rolls Royce SMR maakt weliswaar uitgebreid gebruik van uitontwikkelde en bewezen nucleaire PWR technologie aangevuld met zelf ontwikkelde verbeteringen op het gebied van veiligheid en operationaliteit, maar dat wil niet zeggen dat er geen door geopolitiek gedreven economische risico's meer zijn. Rolls Royce maakt namelijk gebruik van allerlei licenties op technologie van derden.
AlIe techniek in het reactorvat wordt ook wel de Reactor Vessel Internals genoemd; te onderscheiden in de Lower Internals, Upper Internals zoals beschreven hier verderop.
Reactor Vessel Lower Internals (onderste interne componenten): Dit omvat de bodemplaat en de steunconstructies waarin de splijtstofelementen strak en nauwkeurig verticaal worden geplaatst en uitgelijnd.
Reactor Vessel Upper Internals (bovenste interne componenten): Dit omvat de constructie die zich direct boven de splijtstofelementen bevindt. Het bevat de geleidebuizen (guide tubes) die ervoor zorgen dat de regelstaven precies in en uit de splijtstofelementen kunnen bewegen zonder te buigen of te blokkeren.
Control Rod Drive Mechanisms (CRDM, Regelstaaf aandrijfmechanisme): Dit is het elektromechanische systeem dat niet tot de RVI behoort en bovenop het reactorvat geplaatst) dat de regelstaven nauwkeurig op en neer beweegt in de splijtstofelementen. Het grijpt in op de Upper Internals. Het regelt de nucleaire kettingreactie en kan de reactor bij een noodsituatie direct volledig uitschakelen door de Staven in de kern te laten vallen (de zogeheten scram-functie). Rolls Royce heeft dit systeem voor haar SMR zelf ontwikkeld en heeft ook het patent.
Rolls Royce heeft het ontwerp van de fuel assemblies aanbesteed aan het Amerikaanse Westinghouse. Het is een fuel assembly van 17 x 17 fuel pins geworden, totaal dus 264 fuel pins. Elke fuel assembly bevat ook 24 thimbles (geleidingshulzen) die aansluiten op de Rod Control Cluster Assembly (RCCA), een centrale meetbuis waarmee meetapparatuur in de kern kan worden ingebracht. De fuel pins bevatten fuel pellets met 4,95% verrijkt UO2 (LEU). Het Reactor Pressure Vessel (RPV, reactorvat) is ontworpen voor 121 fuel assemblies. Westinghouse gaat de fuel assemblies ook fabriceren, maar behoudt uiteraard de patenten; Rolls Royce krijgt alleen de licentie. De fuel assemblies moeten aan de onderkant en bovenkant passen in de structuur binnen het RPV. Aan de bovenkant moeten ze ingrijpen in de RCCA (regelstaaf mechaniek) en aan de onderkant moeten ze passen in de spacer grids.
Spacer grids (afstandsroosters) voor fuel assemblies (splijtstof-elementen) in een reactorvat zijn een standaardconcept in de nucleaire sector. Verschillende fabrikanten maken allemaal gebruik van een roostersysteem om te voorkomen dat fuel assemblies elkaar kunnen raken. De onderlinge afstand luistert nauw i.v.m. het voorkomen van hot spots of beschadigingen, maar ook het plaatsen en uithalen van fuel assemblies in het reactorvat moet probleemloos gaan. Westinghouse (net als bijv. Framatome) bezit geldige patenten op de manier waarop hun specifieke spacer grids worden vervaardigd en functioneren. Dit omvat hun 'egg-crate'-ontwerpen met 'interlocking straps' en gespecialiseerde 'spring and dimple' technologieën die de splijtstofstaven vastgrijpen.
De spacer grids en al hun specifieke onderdelen die worden gebruikt om de fuel pins in een Westinghouse-fuel-assembly op hun plaats te houden en op afstand van elkaar te houden, zijn in licentie gegeven door Westinghouse.
Ook het Rod Control Cluster Assembly behorend tot de Reactor Vessel Upper Internals is in licentie aan Rolls Royce gegeven door Westinghouse.
Alle Reactor Vessel Internals van de Rolls Royce SMR zijn dus in licentie gegeven door het Amerikaanse Westinghouse. Dit zou normaal geen problemen moeten geven maar er is iets veranderd. De Amerikaanse overheid heeft een enorme en directe invloed op Westinghouse Electric Company gekregen. Westinghouse is formeel in handen van private partijen (het Canadese Brookfield Asset Management bezit 51% en Cameco 49%), maar door een historische strategische samenwerking van $80 miljard is de Amerikaanse staat uitgegroeid tot een dominante partner en potentiële mede-eigenaar. De Amerikaanse overheid sloot nl. een overeenkomst van minstens $80 miljard om op grote schaal nieuwe kernreactoren (de AP1000 van Westinghouse) te bouwen en zo te voldoen aan de gigantische energievraag van onder andere AI-datacenters. Het Amerikaanse ministerie van Handel stroomlijnt de vergunningverlening en biedt subsidies om de productieketen uit te breiden, waardoor het bedrijf fungeert als een strategisch verlengstuk van de Amerikaanse geopolitieke en energiebelangen. Dit openbaarde zich in 2025 toen het Koreaanse KHNP door Westinghouse gedwongen werd om zich met hun kerncentrales van de Europese markt terug te trekken. De eis van Westinghouse maakte deel uit van een schikkingsdeal over het door KHNP illegaal gebruik van een Westinghouse patent op 'Generation II System 80-technologie' in de KHNP kernreactoren. Normaal zou een licentie-dispuut opgelost worden door het betalen van de licentie-fees vermeerderd met een boete en een onkosten-/rente-vergoeding. Maar Westinghouse eiste én kreeg meer. KHNP stemde er naar verluidt mee in om $ 650 miljoen aan Westinghouse-goederen en -diensten te kopen voor elke kernreactor die het exporteert, naast het betalen van $ 175 miljoen per reactor aan licentiekosten, gedurende de volgende vijftig jaar ook nog eens. KHNP moest zich ook nog van de Europese markt terug trekken en dat had ook gevolgen voor de Nederlandse tender; KHNP deed niet meer mee, Westinghouse en EDF bleven over. Afgaand op de bouwkosten-track-record van de grote kerncentrales van EDF, Westinghouse en KHNP is KHNP de partij met de laagste EURO/MW per kerncentrale. Dat scheelt miljarden op een project. Bovendien lopen de KHNP projecten veel minder uit in tijd, dus minder (her-)financieringskosten. Onder de regering Trump zijn de juridische middelen voor de Amerikaanse overheid enorm toegenomen om handelsoorlogen te beslechten en geopolitieke invloed te vergroten. Zo is er de Atomic Energy Act section 57b en de US DOE Regulation 10 CFR Part 810. Westinghouse kan civielrechterlijk bijv. (onder druk van de Amerikaanse overheid als 'mede-eigenaar') de licenties voor Rolls Royce SMR Reactor Vessel Internals intrekken. Maar ook de Amerikaanse overheid kan onder discutabele voorwendsels (bijv. het populaire argument van 'nationale veiligheid') de licenties 'on hold' zetten. Dit kan de constructie, onderhoud of operatie van Europese kerncentrales ernstig vertragen.
Om uiteindelijk een nieuwe kerncentrale te bouwen en daadwerkelijk in productie te nemen, moeten een aantal hordes genomen worden op het gebied van ontwerp, licenties en vergunningen.
IAEA
Om te garanderen dat vreedzame kernenergie niet wordt misbruikt voor militaire doeleinden (productie van atoombommen), verplicht het Non Proliferation Treaty niet-kernwapenstaten om hun nucleaire installaties en materialen open te stellen voor strikte inspecties door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Een land dat het NPT niet ondertekend heeft is sowieso verdacht en ondervindt bijv. grote moeilijkheden met het importeren van uranium, thorium of bepaalde technologie.
De richtlijnen van het IAEA (het Internationaal Atoomenergieagentschap) voor het design van een kernreactor zijn formeel gezien niet juridisch bindend voor lidstaten. Ze zijn echter in de praktijk de facto doorslaggevend omdat ze de wereldwijde gouden standaard vormen. Vrijwel alle landen met een nucleair programma gebruiken de IAEA Safety Standards als basis voor hun eigen nationale wetten en vergunningseisen. Maar elk land bepaalt uiteindelijk zelf via nationale wetgeving (in Nederland bijvoorbeeld via de Kernenergiewet en de ANVS) waaraan een reactorontwerp exact moet voldoen. Ontwerpers van reactoren (zoals voor Small Modular Reactors) moeten aantonen dat hun design voldoet aan de internationale consensus. Als een ontwerp niet in lijn is met het IAEA, is de kans op goedkeuring door een nationale toezichthouder nihil. Safety Requirements bevatten bindende eisen (herkenbaar aan het woord "shall") waaraan een ontwerp moet voldoen om de veiligheid te garanderen, zoals het principe van defence-in-depth. Safety Guides geven aanbevelingen (herkenbaar aan "should") hoe aan de eisen kan worden voldaan. Gelijkwaardige alternatieve ontwerpen zijn hier toegestaan, mits de veiligheid kan worden aangetoond. Landen onderwerpen zich vrijwillig aan IAEA-missies, zoals de bekende IRRS-missies (Integrated Regulatory Review Service). Onafhankelijke experts controleren of nationale toezichthouders (zoals de ANVS in Nederland) voldoen aan de IAEA-standaarden.
EURATOM
Euratom-richtlijnen (voornamelijk de Kernveiligheidsrichtlijn) zijn wél juridisch bindend. Ze schrijven geen specifiek technisch design voor, maar leggen strenge, verplichte veiligheidsdoelen en -eisen op waaraan elk reactorontwerp in de EU moet voldoen.
De belangrijkste dwingende kaders voor reactorontwerpen zijn:
De Nuclear Safety Directive (2014/87/Euratom): Verplicht lidstaten en ontwerpers om de hoogste prioriteit te geven aan nucleaire veiligheid tijdens het gehele ontwerp-, bouw- en exploitatieproces. Het ontwerp moet aantoonbaar bestand zijn tegen extreme natuurrampen, menselijke fouten en terroristische aanslagen.
Basisnormen voor stralingsbescherming (2013/59/Euratom): Bepaalt dat het ontwerp de blootstelling van werknemers en de bevolking aan ioniserende straling strikt moet minimaliseren, zowel bij normaal bedrijf als bij ongevallen.
Onafhankelijke toetsing: Het design moet worden goedgekeurd door een onafhankelijke nationale nucleaire toezichthouder (in Nederland is dit de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming ANVS)
De richtlijnen van Euratom (en de standaarden van het IAEA) fungeren als een verplicht pakket aan randvoorwaarden. Dit betekent dat fabrikanten van bijvoorbeeld Small Modular Reactors (SMR's) of traditionele reactoren hun ontwerp volledig moeten aanpassen om aan de strenge Europese veiligheidsdoelstellingen te voldoen.
EUR
Een EUR-certificering (European Utility Requirements) voor een kerncentrale is niet wettelijk verplicht. Het is een vrijwillige, private industriestandaard opgesteld door grote Europese energiebedrijven. Het dient als referentiekader om te toetsen of een reactorontwerp voldoet aan de hoge Europese eisen op het gebied van veiligheid, economie en prestaties.
Hoewel niet verplicht, is de certificering voor leveranciers van kernreactoren commercieel gezien van groot belang. Het maakt de kans op vergunningverlening door nationale toezichthouders, zoals de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), aanzienlijk groter omdat het ontwerp al is getoetst aan algemeen geaccepteerde Europese maatstaven.
WENRA
De Europese nucleaire regulators waaronder ANVS hebben zich verenigd in de WENRA (Western European Nuclear Regulators Association) in 1999 om de nucleaire veiligheidsnormen in Europa te harmoniseren en nationale benaderingen op elkaar af te stemmen. Nucleaire veiligheid werd opgenomen als criterium voor Oost-Europese landen die in 2004 wilden toetreden tot de EU. WENRA is opgericht om een gemeenschappelijk standpunt en advies te vormen over de veiligheid van kerncentrales in deze kandidaat-lidstaten.
WENRA eist dat nieuwe kerncentrales ontworpen zijn volgens de modernste technologische inzichten (State of the Art):
Ongevallen zonder kernsmelting: Ontwerpen moeten ervoor zorgen dat bij eventuele ongevallen geen of slechts zeer geringe radioactieve stoffen vrijkomen. Evacuatie of schuilen van omwonenden mag niet nodig zijn
Ongevallen met kernsmelting (core melt): Zelfs in het extreme geval van een kernsmelting moet de reactor zodanig zijn uitgerust dat radioactiviteit binnen de centrale (het containment) blijft en de impact op de omgeving minimaal is.
Diepe verdediging (Defence-in-Depth): Er moeten meerdere, onafhankelijke fysieke barrieres zijn om stralingslekken te voorkomen. Niveaus van bescherming mogen elkaar niet negatief beinvloeden.
Klimaat en externe risico's: De installatie moet bestand zijn tegen extreme natuurkrachten en door de mens veroorzaakte dreigingen (zoals terroristische aanslagen).
Nationale Nucleaire Autoriteit/Regulator
Voordat een nieuwe kerncentrale in bedrijf mag worden genomen, geeft in Nederland de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) specifiek vergunningen af op basis van de Kernenergiewet:
Vergunning voor de oprichting (bouw). Voordat er uberhaupt gebouwd mag worden, moet de centrale in detail worden ontworpen. De ANVS toetst of dit ontwerp voldoet aan alle strenge nucleaire veiligheidseisen en of de stralingsbescherming van mens en milieu op orde is. Dit is de basisvoorwaarde om te mogen starten met de bouw. a www.overkemenergie.nl
Vergunning voor de ingebruikname en het in bedrijf houden (exploitatie). Wanneer de centrale (grotendeels) is gebouwd en gereed is om daadwerkelijk splijtstoffen te gebruiken en energie op te wekken, is een tweede vergunning van de
Fase van ingebruikname: De ANVS beoordeelt of de centrale is gebouwd zoals vergund en of alle veiligheidssystemen in de praktijk naar behoren functioneren.
Exploitatie: Deze vergunning geeft toestemming om de kerncentrale daadwerkelijk commercieel of operationeel in bedrijf te houden.
Naast deze nucleaire vergunningen van de ANVS zijn er ook andere vergunningen vereist en (Plan-)Milieu Effect Rapportages. Dit betreft onder meer de reguliere omgevingsvergunning voor de bouw (afgegeven door de gemeente of provincie) en vergunningen voor het lozen van koelwater of andere Stoffen.
Nucleaire Autoriteit in het Verenigd Koninkrijk
De Rolls Royce SMR ondergaat sinds april 2022 een assessment door de Britse Nucleaire Autoriteit GDA
Het vergunningsproces voor de Rolls-Royce SMR in het Verenigd Koninkrijk verloopt via de Generic Design Assessment (GDA), een streng, onafhankelijk beoordelingsproces van de Britse overheid. Dit proces bestaat uit drie stappen en is ontworpen om de veiligheid, beveiliging en milieu-impact van het reactorontwerp te beoordelen voordat er concrete vergunningen voor specifieke locaties worden afgegeven.
De belangrijkste fasen van het vergunningsproces zijn:
Fase 1: Initiatie (April 2022 - Maart 2023): Een initiele beoordeling waarin de reikwijdte van het assessment wordt vastgesteld en de basisvereisten met betrekking tot het ontwerp worden doorgenomen.
Fase 2: Fundamentele Beoordeling (April 2023 - Juli 2024): Een diepgaande analyse van de fundamentele veiligheids- en milieu-aspecten van het 470 MWe reactorontwerp. Deze fase is met succes afgerond.
Fase 3: Gedetailleerde Beoordeling (Gestart in Juli 2024): De huidige en laatste stap waarin het ontwerp tot in het kleinste detail wordt getoetst. Na een succesvolle afronding geeft de Office for Nuclear Regulation (ONR) een Design Acceptance Confirmation (DAC) en de milieu-regulatoren een Statement of Design Acceptability (SoDA).
Ondanks dat het Verenigd Koninkrijk in 2020 officiëel de Europese Unie heeft verlaten, hanteren de GDA en ONR nog steeds de Euratom-richtlijnen. Het V.K. is ook nog steeds lid van de WENRA, dus ook de WENRA-richtlijnen worden strikt opgevolgd. Er is besloten dat niet eerst een demo-model gebouwd wordt omdat dat te vertragend en te duur is én het om zogenaamde bewezen reactor-technologie gaat. Digitale testen zouden voldoen. Maar het primaire boorzuur-vrije koelcircuit van de reactor (uitsluitend gebruik van Kalium-hydroxide) is nieuw in westerse reactor designs. Ook het Control Rod Drive Mechanisms is nieuw ontworpen door Rolls Royce en in de praktijk nog niet echt getest. Juist bij een boorzuur-vrij primair koelcircuit moet een CRDM extra betrouwbaar zijn.
De Britse overheid heeft in april 2026 via het overheidsbedrijf Great British Energy - Nuclear (GBE-N) een contract getekend voor de levering van 3 Rolls-Royce SMR's. De reactoren worden gebouwd op de locatie Wylfa op Anglesey in Noord-Wales. De bouw wordt ondersteund door een bredere overheidsinvestering van meer dan £2,5 miljard. De aankoop van langlopende materialen is direct gestart. De uiteindelijke Final Investment Decision (de definitieve investeringsbeslissing voor de bouw) volgt in een latere fase. De kosten en de commerciële eenheidsprijs van de SMR is namelijk nog onbekend. We zien de prijs-indicatie daarentegen wel stijgen met de jaren. In 2020 bedroegen de oorspronkelijke streefkosten voor een 470 MWe Rolls-Royce SMR-eenheid £ 1,8 miljard voor de vijfde gebouwde eenheid. In 2024 werd verwacht dat de SMR-kosten tussen £ 2 miljard en £ 3 miljard zouden liggen. De oplevering van de drie Rolls Royce SMR's wordt verwacht in medio 2035.
De Britse nucleaire toezichthouder Office for Nuclear Regulation (ONR) heeft een unieke observatieregeling opgezet. Zij hebben vijf buitenlandse autoriteiten uitgenodigd om mee te kijken tijdens het formele certificatieproces; de Generic Design Assessment (GDA) van de Rolls-Royce SMR. Het gaat om Nederland Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), Polen National Atomic Energy Agency (PAA), Zweden Radiation Safety Authority (SSM), Tsjechië State Office for Nuclear Safety (SÚJB) en Finland: Radiation and Nuclear Safety Authority (STUK). De nationale nucleaire autoriteiten hopen zo een stuk sneller de vergunningsverlening t.z.t. in eigen land te kunnen doen.